![]() Links: de wereld staatkundig, met in het zwarte vierkant het continent Afrika. Rechts: Afrika staatkundig, met in de zwarte vierkanten de gebieden waar regenwouden gevonden kunnen worden. | ![]() |
In Centraal-Afrika is tropisch regenwoud te vinden. Ook op Madagaskar bevindt zich een tropisch regenwoud. Op deze website wordt echter toegespitst op Cetntraal Afrika. Het op één na grootste regenwoud ter wereld ligt namelijk in Afrika: in Kongo om precies te zijn, de Congobekken. Het gebied beslaat anderhalf miljoen vierkante meter en vertegenwoordigt daarmee achttien procent van de wereldwijde regenwouden. Er kunnen verschillende ecosystemen gevonden worden: moerasgebieden, (natte) bossen, savanne en rivieren. In deze bossen leeft het grootste deel van de Afrikaanse fauna: meer dan 80% van de apen en meer dan 60% van de vlinders. Ook kunnen er 10 000 plantensoorten gevonden worden, waarvan 3000 alleen hier te vinden zijn. Het regenwoud is voor ongeveer zes miljoen mensen hun thuis.
![]() | Structuur van het regenwoud De structuur van de Afrikaanse regenwouden is anders dan van de meeste andere op aarde. Op enkele plekken in het regenwoud raken de boomtoppen elkaar, en vormen zo een ononderbroken groen bladerdak, dat zonlicht tegenhoudt. In het grootste deel van het Afrikaanse regenwoud raken de boomtoppen elkaar echter niet, waardoor er een redelijk unieke structuur ontstaat. Veel meer zonlicht dan in meeste regenwouden kan door deze ‘open’ structuur de bosbodem bereiken, waardoor de groei van struiken en bomen op de onderste etage wordt bevorderd. Dit heeft tot gevolg dat de begroeiing op de onderste etage van het regenwoud zeer dicht is. In deze dichte begroeiing is het voor grote zoogdieren als de okapi makkelijker zich schuil te houden. Nog steeds is de okapi daarom een schuw en moeilijke te lokaliseren dier. De bijzondere structuur van het Afrikaanse regenwoud heeft men voor een belangrijk deel te danken aan de bosolifant. Ten eerste komt dit doordat olifanten de gewoonte hebben te verzamelen op zogenaamde ontmoetingsstations. Hierbij wordt de grond zo stevig aangestampt dat de plantengroei zich niet meer kan herstellen. Op andere plaatsen ontstaan open plekken doordat de bomen in dat gebied nooit hun volle lengte bereiken: de uitlopers ervan worden door de olifanten opgegeten. Ook beïnvloeden de olifanten de structuur van het woud doordat zij met hun slagtanden naar zoutenrijke grond zoeken om hun mineralentekort aan te vullen. Nadat de gebieden op die manier volledig zijn omgewoeld, ontwikkelt zich er een er dichte plantenlaag van onderbegroeiing en struiken. Ook dit is een ideale schuilplaats voor meerdere diersoorten. Ook verschaffen die op deze manier ontstane stukken woud hen een andere levensbehoefte: verse, jonge bladeren. De kalkoenparelhoen profiteert onder andere van deze leefomstandigheden. Deze vogel komt louter in West-Afrika voort. Maar door de geleidelijke verdwijning van de bosolifanten gaan ook de kalkoenparelhoenen in getallen achteruit. En met hen de vele andere diersoorten die profiteren van de omstandigheden die de olifanten creëren. En zonder de bosolifanten zou het regenwoud er compleet anders hebben uitgezien. Het is dus zaak de bosolifanten te beschermen en zo de structuur van het regenwoud en natuurlijk de vele diersoorten, te redden. |
![]() | Beter bestand tegen klimaatveranderingen Volgens Yadvinder Malhi, professor ecosystemen aan de Universiteit van Oxford, zal het regenwoud in Afrika beter bestand zijn tegen klimaatveranderingen dat de Amazone en andere regio’s. Dit beweerde hij tijdens een internationale conferentie over klimaatverandering, ontbossing en Afrikaanse regenwouden bij de Universiteit van Oxford. De voornaamste reden hiervoor is, volgens de professor, de variabiliteit in het Afrikaanse regenwoud. De Afrikaanse bossen hebben in de afgelopen duizenden jaren een aantal extremen overleefd. Dit heeft ervoor gezorgd dat de biodiversiteit is geslonken: alleen de sterke diersoorten bleven over. De overgebleven soorten kunnen zich redelijk goed aanpassen, ook aan de klimaatveranderingen. Ook hebben de boomsoorten al vele klimaatrampen overleefd, waardoor ook zij zich makkelijker aan komende veranderingen zouden kunnen aanpassen. Ook de klimaatvariabiliteit zal bijdragen aan het overleven van het Afrikaanse regenwoud: de weerbaarheid is immers groter omdat het klimaat in Afrika de afgelopen duizenden jaren gevarieerder was dan in de meeste andere gebieden met regenwouden. |
![]() | Bedreigingen Het tropisch regenwoud in Centraal-Afrika wordt door meerdere factoren bedreigd. Ten eerste vormen de ontbossingen een zeer ernstige bedreiging. Volgens de F.A.O (voedsel- en landbouworganisatie) is er in Centraal Afrika ongeveer 91 000 vierkante kilometer bos gekapt. Als dit in hetzelfde tempo doorgaat, zal in 2030 ruim 30% van de bossen gekapt zijn. Het kappen van bomen heeft grote gevolgen voor het regenwoud. Zo gaat er bijvoorbeeld veel van de biodiversiteit verloren, omdat er voor de vele dier- en plantensoorten dan minder leefruimte overblijft. Ook bevordert de ontbossing zowel de klimaatverandering als de woestijnvorming. Dit laatste betreft een proces waarbij nieuwe stukken woestijn ontstaan. Dit gebeurt doordat de grond in het tropisch regenwoud niet erg vruchtbaar is, en als men dan de bomen kapt is de grond niet veel meer waard en verandert dus in een stukje woestijn. De redenen voor de ontbossing lopen uiteen: dit kan zowel gedaan worden voor de houtindustrie als om een stuk landbouwgrond te winnen. Ook oliewinning is een opkomend, maar ernstig gevaar voor het tropisch regenwoud en haar biodiversiteit. Het Congobekken bevindt zich namelijk dichtbij een aantal belangrijke oliebronnen. En met de toenemende vraag naar olie stijgen de risico’s voor het regenwoud. Dit is een heikel punt, aangezien de economieën van de landen rond het Congobekken sterk afhankelijk zijn van de oliewinning. Er is een behoorlijk risico op olielekken tijdens het laden en het transport, zowel in het bos als op zee. Ook vindt er in de buurt van olieplatformen veel stroperij en handel in bushmeat plaats. Deze laatste twee punten kunnen ook als een bedreiging op zich worden beschouwd, aangezien het de biodiversiteit in het regenwoud aantast. Met bushmeat wordt simpelweg het eten van wilde dieren bedoeld. De dieren in het regenwoud worden dus om twee redenen gevangen: vanwege hun vlees (bushmeat) en vanwege hun huid (stroperij). Ook de demografische groei drukt haar stempel op het gebied: hierdoor neemt de vraag naar landbouw toe. Ook vergroot de enorme groei de druk op de natuurlijke bronnen en de omgeving: is er genoeg water, voedsel en leefruimte voor iedereen? Om leefruimte en voedselvoorzieningen te creëren moeten immers bomen worden gekapt. Als laatste punt hebben ook besmettelijke ziektes grote invloed op de biodiversiteit in het regenwoud. Als voorbeeld het besmettelijke virus Embola. Het virus veroorzaakt een hoge koorts die dodelijk is voor zowel apen als mensen: 50 tot 90% van de ziekenhuispatiënten sterft hieraan. Het aantal sterfgevallen bij apen is nog veel hoger, het wordt geschat op 90% van de laaglandgorilla’s en de chimpansees. Vanwege hun trage voortplanting duurt het lang voordat de populatie apen zich weer zal hebben hersteld. Al deze gevaarlijke bedreigingen versterken de klimaatverandering: door de ontbossing blijven er minder bomen over. En juist deze bomen zijn zo hard nodig voor onze zuurstofvoorziening. Door middel van de fotosynthesereactie maken alle bomen in het tropisch regenwoud zuurstof aan, waarbij zij ook nog eens CO2 uit de lucht opnemen. Zodra er minder bomen zijn, zal er dus meer CO2 in de lucht blijven hangen en zal zo de aarde langzaam opwarmen. Elke boom die gekapt wordt is er dus een te veel. |
![]() | Bescherming Dit prachtige stuk natuur moet koste wat koste behouden blijven, daar zetten dan ook veel mensen en organisaties zich voor in. Na een waarschuwing van het Wereld Natuur Fonds (WNF), heeft er dan ook een conferentie plaatsgevonden in Kongo (2005). Hierbij kwamen de leiders van de Centraal-Afrikaanse landen samen om te beslissen over maatregelen ter behoud van het regenwoud in Centraal-Afrika. De eerste internationale samenwerking had al zijn vruchten afgeworpen: er werden miljoenen hectares als beschermd bosgebied bestempeld en er ontstond grensoverschrijdende samenwerking voor het redden van bedreigde diersoorten. Ook de conferentie in 2005 was geslaagd: er werd besloten het tropisch regenwoud in het Congo Basin te beschermen. Ook kwamen er nieuwe regels voor het illegale stropen en houtkappen. Buiten de nationale overheden om zetten ook verschillende milieuorganisaties zich in voor het behoud van het Afrikaanse regenwoud. Het Wereld Natuur Fonds speelt hier een grote rol in: zij zijn voortdurend bezig geld in te zamelen voor het behoud van het regenwoud. Ze beheren verschillende beschermde gebieden. Ook helpen en stimuleren ze de lokale bevolking. Zo geven ze hen advies over o.a. duurzame houtkap. Ook de World Rainforest Movement, Greenpeace, NOVIB en Milieudefensie proberen mensen wakker te schudden en te wijzen op het feit dat er nu echt wat gedaan moet worden. Ook werd er het Congo Basin Forest Fund opgericht met verschillende doelen om het regenwoud zo goed mogelijk te beschermen. Het fonds wordt gesteund door verschillende regeringen. |





