Tropisch regenwoud in Azië

In Zuid-Oost Azië is veel tropisch regenwoud te vinden: in China, India, Nepal, Papoea-Nieuw-Guinea, de Filipijnen, Vietnam, Thailand en Myanmar liggen tropisch regenwouden. Maar vooral in Indonesië, Laos en Maleisië is er van oudsher veel tropisch regenwoud. Het bos uit de laatstgenoemde landen is als tropisch-regenwoudsysteem het oudste op aarde, het dateert uit het Pleistoceen (70 miljoen jaar geleden).

Er wordt echter verwacht dat in de komende tien jaar de laatste overgebleven delen van het primair regenwoud daar verdwenen zal zijn. Hoe kan dit gebeuren? Hiervoor wordt Indonesië als voorbeeld genomen.


Indonesië

De Republiek Indonesië ligt in Zuid-Oost Azië en telde 248.216.193 inwoners in juli 2011. Het land bestaat uit 17.508 eilanden, waarvan er ongeveer 6000 bewoond worden.

In de eilandengroep groeit ongeveer 140 miljoen hectare regenwoud, dat zo'n 60% van het totale landoppervlak beslaat. Na Brazilië en Colombia is Indonesië het land met de grootste biodiversiteit ter wereld.


Biodiversiteit in Indonesië

Indonesië beslaat 1,3 procent van het gehele landoppervlak op aarde. Hierop leeft echter wel ongeveer 17 procent van de totale biodiversiteit ter wereld. Er leven onder andere tijgers, enkele olifanten, panters, neushoorns en verschillende soorten apen. Daarnaast leven er ook duizenden planten en insecten. Op Kalimantan (het Indonesische deel van Borneo) leven bijvoorbeeld al 200 verschillende soorten vlinders.

De fauna van Indonesië vertoont zowel kenmerken van de Aziatische als de Australische. Dit komt doordat de Wallacelijn Indonesië overkruist. De Wallacelijn is een denkbeeldige lijn die de scheiding tussen Azië en Oceanië aangeeft en ook de zoögeografische regio's van Azië en Australazië. Vele eilanden van Indonesië vertonen dus een gemengde fauna en zijn daarom zeer interessant voor biologen. Dit overgangsgebied heet ook wel 'Wallacea'.


Op de Grote Sunda-eilanden (behalve op Sulawesi) komen voornamelijk Aziatische diersoorten voor. Op Nusa Tenggera, West-Papua en de Molukken vertonen de diersoorten meer overeenkomsten met de Australische. Toen in het Pleistoceen (70 miljoen jaar geleden) de eilanden nog verbonden waren met het vasteland zijn een aantal unieke diersoorten ontstaan die nergens anders op de wereld voorkomen. Het bekendste voorbeeld hiervan is de orang-utan, die alleen leeft op Sumatra en Kalimantan.


Bedreigingen

De biodiversiteit in Indonesië wordt op verschillende manieren aangetast:


Ontbossing door toedoen van de mens

Een groeiend probleem in Indonesië is de grootschalige ontbossing. Deze heeft meerdere oorzaken. 

Ten eerste groeit de bevolking aanzienlijk en heeft deze meer leefruimte nodig. Dit kost ongeveer 1 miljoen hectare bos per jaar en is er sprake van ernstige milieuvervuiling.

Een tweede reden is dat tropisch hout een belangrijke inkomstenbron is voor Indonesië. Dit heeft een verwoestend effect op de natuur. Kalimantan is het grootste exportgebied van hout in geheel Zuid-Oost Azië. Daarnaast is Indonesië samen met Maleisië de grootste exporteur van palmolie (85% van de totale wereldproductie). Voor het produceren van de olie worden in grote getale palmolieplantages aangelegd, ten koste van het tropisch regenwoud. Palmolie wordt onder andere gebruikt in margarine, zeep, make-up, kaarsen, pindakaas en in talloze andere producten. Het is een van de belangrijkste redenen waardoor de bossen verdwijnen.

Ten derde komen er regelmatig kleine natuurlijke bosbranden voor in het tropisch regenwoud. Normaal gesproken was dit geen probleem, omdat het vuur gauw genoeg gedoofd werd door de grote vochtigheid. Hierdoor ontstonden nauwelijks grote bosbranden. Maar door menselijke invloeden zijn open plekken in het bos ontstaan, waardoor de onbeschermde grond door het schijnen van de zon uitdroogt. Deze bosbranden zijn zeer moeilijk te doven en daardoor branden vele hectaren bos af.

Tenslotte heeft het verbranden van bomen om de grond geschikt te maken van de landbouw ook invloed op ontbossing, maar in kleinere mate dan bovenstaande oorzaken. Er was wel sprake van een ernstige situatie in 1997, toen Zuid-Oost Azië wekenlang in een nevel van roet en rook gehuld was als gevolg van enorme bosbranden op de eilanden Sumatra en Kalimantan. Toen heerste grote droogte ten gevolge van El Niño: een verschijnsel waarbij het sterke verwarming van het zeewater optreedt en dit langere tijd grote gevolgen heeft voor de atmosfeer. Het komt ongeveer eens in de zeven jaar voor en voornamelijk in gebieden rond de evenaar. Men had stukken land in brand gestoken om grootschalige palm-, rubber- en koffieteelt mogelijk te maken. Deze branden sloegen door die droogte over naar andere gebieden en richtten daar veel schade aan. Hoewel door de gevolgen van El Niño de branden zo groot konden worden, geeft dit wel aan hoe gevaarlijk droge periodes zijn geworden voor het tropisch regenwoud. 

In totaal verdwijnt er zo'n 2 miljoen hectare bomen per jaar. Een effect van het verdwijnen is dat de bomen steeds verder van elkaar komen te staan, wat de bomen zelf en het gehele ecosysteem kwetsbaarder maakt voor verdere aftakeling.


Invloed klimaatverandering

Uit fossiel materiaal is gebleken dat tropisch regenwoud zich snel kan aanpassen aan klimaatverandering. Maar door de extreme mate van ontbossing maakt de mens het het bos wel erg lastig. Vooral stukken woud die aan de rand liggen, zijn gevoelig voor orkanen omdat daar de bomen minder dicht op elkaar staan. Dit heeft vooral in andere gebieden in Zuid-Oost Azië gevolgen, omdat Indonesië dankzij haar ligging rond de evenaar weinig orkanen kent.

Wel heeft de toenemende zeespiegelstijging een verwoestend effect op de mangrove-bossen in Indonesië en andere gebieden in Zuid-Oost Azië. Een stijging van één meter is al genoeg om enorme schade aan de natuur toe te richten. Mangroven zijn zeer belangrijk voor de biodiversiteit.

De klimaatverandering heeft ook in zekere mate invloed op (de bijverschijnselen van) El Niño. Aangezien het laatstgenoemde verschijnsel grote invloed heeft op het weer, zal ook dit zijn uitwerking hebben op de toestand in het tropisch regenwoud. Als er vaker El Niño's plaatsvinden, zijn er vaker periodes van droogte en dus meer bosbranden.

Ontbossing heeft op zijn beurt ook invloed op klimaatverandering: er wordt minder kooldioxide opgenomen door de wouden. Dit gas blijft hierdoor in de dampkring achter en houdt deze meer warmte op: de temperaturen wereldwijd stijgen verder en daarmee (op langere termijn) ook de zeespiegel. Er is dus sprake van een cirkel die doorbroken moet worden.


Gevolgen

Uiteindelijk leiden klimaatverandering en ontbossing tot afname van de biodiversiteit. Op lokaal niveau zal eerst de grond die eerst werd vastgehouden door boomwortels, beginnen te eroderen en wegspoelen. Deze grond zal zich ophopen in rivieren en meren en daar de voorraad schoon water doen afnemen. De grond houdt ook geen regenwater meer vast, wat overstromingen tot gevolg kan hebben.

Ook de mens ervaart uiteindelijk veel nadelen van de ontbossing. Men leeft van producten uit het tropisch regenwoud (vruchten, noten, zaden, oliën, medicinale planten) en drijft er handel mee. Met het bos verdwijnen ook de producten, en daarmee een belangrijke voedsel- en inkomstenbron.


Bestrijding en preventie

Er wordt echter nauwelijks ingegrepen. De overheid is slecht georganiseerd en door de grote armoede is men bereid stukken bos op te geven voor een betere welvaart. De palmolie-industrie kan niet 'zomaar' stilgelegd worden. Ook beschikt Indonesië niet over de (geldelijke) middelen om dergelijke milieukwesties aan te pakken.

De biodiversiteit heeft ook een heel andere waarde voor de gemiddelde Indonesiër: de grondstoffen uit het tropisch regenwoud wordt als economisch goed beschouwd en men lijkt zich niet bewust van het feit dat binnen enkele jaren deze grondstoffen, en daarmee hun inkomsten, verdwenen zullen zijn.

Hierdoor gaat het kappen van het regenwoud en het vervuilen van het milieu op grote schaal door.


Conclusie

De mens heeft enorme invloed op het verdwijnen van de biodiversiteit, zowel direct (ontbossing) als indirect (klimaatverandering wordt versterkt door toedoen van de mens). Maar de mens lijkt niet (altijd) bereid om de problemen daadwerkelijk hard aan te pakken.

Er moet dus gezocht worden oplossingen die enerzijds het tropisch regenwoud beschermen en anderzijds geen schade aanrichten aan de economie of deze zelfs stimuleren. Daarnaast moet de inwoners van Indonesië, maar eigenlijk alle wereldburgers, het belang van het behoud van het tropisch regenwoud duidelijk worden gemaakt. 

  
  

De Wallecelijn doorkuist Indonesië.  

 
















































Bosbranden richtten in 1997 op Kalimantan veel schade aan.

This free website was made using Yola.

No HTML skills required. Build your website in minutes.

Go to www.yola.com and sign up today!

Make a free website with Yola